Auteur van deze pagina: Tess van der Pol en Robin Verwijmeren


0. Praktische informatie voor taalonderzoek

Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Het Roemeens verschilt in meerdere opzichten van het Nederlands. De twee talen behoren tot andere families, waardoor ze weinig op elkaar lijken. Een Roemeens kind dat naar Nederland komt en het Nederlands als tweede taal gaat verwerven, kan het hiermee moeilijk hebben. Met name het gebied van de syntaxis (geen vrije woordvolgorde, geen dubbele verwijzingen in de zin, het onderwerp niet mogen weglaten) lijkt problematisch te (kunnen) zijn voor Roemeense kinderen. Binnen de morfologie kent het Nederlands minder regels dan het Roemeens op het gebied van naam- en werkwoorden. Dit kan wel even wennen zijn voor Roemeense kinderen. Gekeken naar de fonologie van beide talen komt een aantal klanken met elkaar overeen. Er zijn echter klanken en klankcombinaties in het Nederlands die het Roemeens niet kent en andersom. Dit kan problemen opleveren bij de uitspraak van Nederlandse woorden.


Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen in het Roemeens
Er zijn weinig artikelen gevonden die ingaan op de (algemene) taalverwerving van de Roemeense taal en onderzoek naar TOS. De 'fouten' die zijn gevonden binnen deze twee onderwerpen lijken redelijk overeen te komen met het Nederlands (omissie van het onderwerp, clitische elementen weglaten, fouten in vervoegingen, overgeneralisaties, et cetera). Dus hierover zouden de ouders of een tolk bevraagd kunnen worden.

1. Algemene informatie over het Roemeens


Taalfamilie
Het Roemeens (in de eigen taal limba română of româna genoemd) is een Oost-Romaanse taal en daarmee verwant met andere Romaanse talen als het Frans, Italiaans en Spaans. Het Roemeens stamt af van het Latijn, waarbij zowel kenmerken van het klassiek Latijn als van het vulgair Latijn naar voren komen. Ondanks het feit dat het Roemeens onder de Romaanse familie valt, bestaan er wel verschillen met de andere talen die tot deze familie behoren (Trandabăţ et al., 2012).

Geschiedenis
Door de eeuwen heen hebben veel veranderingen plaatsgevonden in het Roemeens die vooral invloed hebben gehad op de domeinen fonologie en morfosyntaxis. De morfologie is het minst veranderd (Trandabăţ et al., 2012). Onder invloed van economische, politieke en sociale veranderingen zijn langzaam maar zeker allerlei woorden aan het Roemeense vocabulaire toegevoegd vanuit onder andere het Hongaars, Turks, Duits, Bulgaars en Russisch.

Roemeens wereldwijd
Het Roemeens wordt over de hele wereld door ongeveer 29 miljoen mensen gesproken en kent 25 miljoen moedertaalsprekers. De meeste sprekers van het Roemeens (21,5 miljoen) wonen in Roemenië, maar de taal is ook een officiële taal in Moldavië, waar het Moldavisch wordt genoemd (3,5 miljoen sprekers). Daarnaast is het ook de officiële taal van de provincie Vojvodina in Servië en van de bewoners van het schiereiland Athos in Griekenland. De overige vier miljoen sprekers van het Roemeens bevinden zich dan ook in deze landen, maar onder andere door Roemeense immigranten wordt de taal ook wereldwijd gesproken. Zo wordt het gesproken in buurlanden van Roemenië (zoals Albanië, Bulgarije, Macedonië, Hongarije, Oekraïne en Kroatië), maar ook in andere Europese landen en daarnaast ook buiten Europa, zoals Latijns-Amerika, Canada, Israël, Canada en de Verenigde Staten (Trandabăţ et al., 2012).

Dialecten
Binnen de Roemeense taal bestaan vier dialecten, die allemaal worden gesproken door minderheden. Het dialect Aroemeens wordt van deze vier dialecten verreweg het meest gesproken. De 600.000 mensen die het spreken leven in Albanië, Bulgarije, Griekenland en Macedonië. In Griekenland en Macedonië komt ook nog een ander dialect voor: ongeveer 5.000 mensen in deze landen spreken het dialect Megleno-Roemeens. Daarnaast bestaat het Istro-Roemeens, dat in Kroatië door ongeveer 15.000 mensen wordt gesproken. Het vierde dialect is het Daco-Roemeens. Er is geen informatie gevonden waar dit dialect het meest wordt gesproken (Trandabăţ et al., 2012).

Schriftsysteem en spreektaal
Het Roemeens kent een Latijns alfabet bestaande uit 31 letters, namelijk:

Aa Ăă Ââ Bb Cc Dd Ee Ff Gg Hh Ii Îî Jj Kk Ll Mm Nn Oo Pp Qq Rr Ss Șș Tt Țț Uu Vv Ww Xx Yy Zz
Zoals te zien is, komen in het Roemeense alfabet vijf letters voor waarbij gebruik wordt gemaakt van diakritische tekens, namelijk Ăă Ââ Îî Șș en Țț. In niet-officiële geschreven teksten worden deze tekens meestal weggelaten. Ze zijn echter wel van belang voor de uitspraak van een woord. In het volgende hoofdstuk (onder het kopje 'fonologie') wordt dieper ingegaan op de klanken die binnen de Roemeense taal bestaan.

2. Specifieke informatie over het Roemeens


FonologieSyllabestructuur Er zijn verschillende vormen van syllabes mogelijk in het Roemeens. Er wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten syllabes, die beiden verschillende structuren kennen. Hieronder worden deze weergegeven (Chitoran, 2002, p.19).
Tabel 1. Syllabestructuur van het Roemeens
Open
Gesloten
V
a-pǝ (water)
VC
ɑk (naald)
CV
ka-sǝ (huis)
CVC
pɑt (bed)
CCV
fra-te (broer) maar ook: ɑs-tru (aster)
CVCC
pork (varken) en Ʒert-fǝ (offer)
CCCV
stra-dǝ (straat)
(C)VCCC
ɑstm (astma)

Vocalen
Binnen de vocalen die voorkomen in het Roemeens, onderscheidt Chitoran (2002) behalve volle klinkers ook glijklanken (w, j) en de diftongen. Hieronder worden ze besproken. De voorbeelden komen uit Coene (1995). Voor de omschrijving van de diftongen is gebruik gemaakt van Wikibooks: http://nl.wikibooks.org/wiki/Roemeens/Uitspraak_en_Alfabet#Combinaties.
Tabel 2. Volle klinkers en glijklanken
a
De a wordt uitgesproken als een korte a [ɑ] zoals in 'carne' [kɑrne].
ă
De ǎ kent een klank die kan worden vergeleken met de klank [ǝ] die ook in het Nederlands voorkomt. Zo wordt het woord 'casǎ' (huis) uitgesproken als [kasǝ].
â
î
De â en de î zijn twee verschillende grafemen die hetzelfde foneem representeren. Ze klinken als een soort [ɪ] zoals wij die kennen in het woord 'kip' maar dan wordt de klank achterin de mond gearticuleerd. De reden waarom er twee grafemen voor dezelfde klank zijn, is omdat de â alleen in het midden van het woord wordt gezet en de î alleen aan het begin en eind van een woord.
e
De letter e wordt in het Roemeens altijd gebruikt als [Ɛ] zoals wij die kennen als de e in 'pet'. Dit gebeurt ook, in tegensteling tot het Nederlands, aan het eind van een woord of syllabe. In het Nederlands wordt veel vaker gebruik gemaakt van een [ǝ].
i
De letter i wordt in het Roemeens aan het eind van een woord uitgesproken als een soort j-klank, tenzij het een werkwoord betreft. Dan wordt de i als [ɪ] in 'kip' uitgesproken.
o
De letter o wordt in het Roemeens uitgesproken als de korte klank [ɔ] bijvoorbeeld in het woord 'alo' (hallo): [ɑlɔ]
u
De letter u wordt in het Roemeens uitgesproken als een oe [u].
y
De letter y komt bijna niet voor in het Roemeens. Net als de consonant x en de glijklank w wordt deze letter voornamelijk gebruikt bij namen van personen (Yvon) of bij leenwoorden (yoga).
w
De letter w wordt bijna niet gebruikt in het Roemeens. De letter komt alleen voor in leenwoorden en in namen, zoals weekend en whisky.
j
De letter j wordt altijd uitgesproken als een [Ʒ]. Het woord 'joi' (donderdag) wordt in het Roemeens uitgesproken als [Ʒɔɪj].

Tabel 3. Diftongen
oi
Wordt uitgesproken als [oj] zoals in het Engelse woord 'boy'.
ea
Wordt uitgesproken als [Ɛa].
ai
Wordt ongeveer uitgesproken als [aj].
ei
Wordt op twee manieren uitgesproken, namelijk als [ei], zoals het Nederlands ook 'ei' kent maar in het Roemeens wordt een langere e-klank uitgesproken, en als [ej].
(e)au
Wordt uitgesproken als de [au] zoals in 'lauw' of 'koud'.
ău
Wordt uitgesproken als een schwa gevolgd door een oe: [ǝu]
ăi
Wordt uitgesproken als een schwa gevolgd door de i [ǝɪ]
âi/îi
Wordt uitgesproken als een Roemeense â gevolgd door een de i in 'kip': [ɪɪ]
iu
Wordt uitgesproken als een Nederlandse i in 'kip' gevolgd door oe: [ɪu]
ui
Wordt uitgesproken als het Nederlandse 'oei': [uj]
eu
Wordt uitgesproken als een lange e-klank gevolg door de oe: [eu]
iau
Wordt uitgesproken als de i in 'liep' gevolgd door een j-klank en de 'au' van lauw: [ijʌu]
oa
Wordt uitgesproken als wa: [ʋa]
ua
Wordt uitgesproken als wa: [ʋa]
ie
Wordt uitgesproken als de 'ië' in het woord 'Roemenië': [iǝ].

De overgebleven letters van het Roemeense alfabet vallen onder de consonanten. In onderstaand schema heeft Chitoran (2002, p.10) de meeste consonanten die in het Roemeens voorkomen weergegeven. Ook de plaats van articulatie is meegenomen in het schema.
Tabel 4. De meest voorkomende consonanten in het Roemeens

Labiaal
Dentaal
Palataal
Velaar
Glottaal
Plosieven
p b
t d
ts ʤ
k g
-
Fricatieven
f v
s z
ʃ Ʒ

h
Nasalen
m
n



Approximanten

l r




Er is bij het produceren van de consonanten veel overlap met het Nederlands. De labiale, dentale en velare plosieven, de labiale, dentale en glottale fricatieven, de labiale en dentale nasalen en de approximanten worden in beide talen hetzelfde gearticuleerd. Er zijn echter in de fonologie wel verschillen met het Nederlands. Deze staan hieronder weergegeven. De voorbeelden komen uit Coene (1995).
Tabel 5. Consonanten
c
De c kent verschillen uitspraken in het Roemeens die afwijken van het Nederlands. Wanneer de c wordt gevolgd door een -e of een -i dan wordt de klank uitgesproken als 'tsj' [tʃ]. Wordt de c gevolgd door een -a, -o, -u of -î dan klinkt de c als een [k] zoals wij die ook kennen. Tenslotte kent het Roemeens, net als het Nederlands, ook de lettercombinatie ch die, gevolgd door een -e of -i, klinkt als een [k] of als de klank 'kj' in 'takje'.
g
De letter g gevolgd door een -î, -o, -u of -a wordt in het Roemeens uitgesproken als een [Ɂ]. Wanneer er na de g een -e of -i volgt, wordt het uitgesproken als een [ʤ], bijvoorbeeld: 'geam' (venster) wordt uitgesproken als [ʤɑm].
h
Als de letter h vooraan in een woord staat wordt deze hetzelfde uitgesproken als in het Nederlands. Staat de h in het midden van een woord, bijvoorbeeld in 'pahar' (glas), dan wordt deze uitgesproken als [ɣ], een klank die we ook in het Nederlands kennen.
k
q
De letters k en q worden weinig gebruikt. In van oorsprong Roemeense woorden komen deze letters niet voor. In namen en enkele namen van personen wel (bijvoorbeeld kilometru, Quirijn).
r
De r wordt in het Roemeens alleen rollend uitgesproken, terwijl het Nederlands meerdere varianten kent.
ş
De ş kent een ʃ- klank zoals in het woord 'meisje' en dus wordt het woordje 'şi' (en) uitgesproken als [ ʃi ].
ţ
Het Roemeens weergeeft de ts-klank met de letter ţ. Dit is de klank [ts] die wij in het Nederlands kennen voor bijvoorbeeld het woord 'tsaar'. Zo wordt in het Roemeens het woord 'ţarǎ' (land) uitgesproken als [tsarǝ].
x
z
De x en de z klinken hetzelfde als in het Nederlands.

Het Roemeens kent een grote hoeveelheid consonantclusters volgens Chitoran (2002). De voorkomende consonantclusters aan het begin van het woord (waaronder ook enkele combinaties met glijklanken, die onder de vocalen vallen) zijn in onderstaand schema weergegeven.

Tabel 6. Consonantclusters
2-consonantcluster s-
sp, sk, st, sf
spɑte (terug), skɑrə (ladder), stɑt (staat), sfoɑrə (touw)

sm, sn, sl
smintinə (room), snop (bundel), slɑb (zwak)
2-consonantcluster z-
zb, zg, zd, zv
zbor (vlucht), zgirije (hij/zij krabt), zdup (plof), zvelt (slank)

zm, zl
zmew (draak), zloɑtə (ijzel)
2-consonantcluster ʃ-
ʃk, ʃp, ʃt, ʃf, ʃv
ʃkoɑlə (school), ʃpɑgə (steekpenning), ʃtije (hij/zij weet), ʃfikjuji (wippen), ʃvɑb (Zwabisch)

ʃm, ʃn alleen in Germaanse leenwoorden, ʃl
ʃmeker (sluwheid), ʃnur (kwast), ʃlefuji (polijsten)
2-consonantcluster ʒ-
ʒg, ʒd
ʒgjɑb (door), ʒder (marter)

ʒn
ʒnepen (jenever)
Obstruenten-liquidae
tr, kl, kr, pl, pr, dr, gl, gr, br, bl, fl, fr, vl, vr, hr, hl
tren (trein), klɑr (duidelijk), krud (rauw), pling (ik huil), prɑf (stof), drɑg (dierbaar), glɑs (stem), grew (hevig), briw (riem), blind (teder), floɑre (bloem), frunte (voorhoofd), vlɑgə (kracht), vreme (het weer), hrɑnə (eten), hlamidə (toga)
Nasalen-liquidae
ml, mr
mlədijos (slank), mreɑnə (vissoort)
Consonanten-vocalen (glijklank)
bj, pj, gj, kj, dj, vj, fj, zj, mj
bjet (arm), pjɑtrə (steen), gjozdɑn (schooltas), kjɑr (inderdaad), djɑvol (duivel), vjɑtsə (leven), fjer (ijzer), zjɑr (krant), mjere (honing)
3-consonantcluster
spl, spr
splinə (milt), sprinten (behendig)

ʃpl, ʃpr alleen in Germaanse leenwoorden
ʃplint (soort gereedschap), ʃprits (wijn/frisdrank)

ʃtr
ʃtreɑng (touw)

str
stradə (straat)

zdr
zdreɑntsə (vod)

skl, skr
sklɑv (slaaf), skrije (schrijft)

zgl, zgr
zglobiw (levendig), zgriptsə (heks)

sfr
sfredeli (boren)

Consonantclusters kunnen in het Roemeens ook achteraan in een woord voorkomen (Chitoran, 2002)

Tabel 7. Consonantclusters achteraan in een woord
S-plosief
(meest voorkomende)
st, sk
vest (westen), kɑsk (ik geeuw)
2 Obstruenten
ks, kt, pt
torɑks (borstkas), akt (daad), kopt (rijp)
Nasalen-obstruenten
nt, nts, mt, nd, nz, ns, ŋk, ŋg, mp, mb, mf
kɨnt (ik zing), ʃɑnts (sloot), sɨmt (ik voel), vɨnd (ik verkoop), prɨnz (lunch), uns (gezalfd), tɑŋk (tank), luŋg (lang), kɨmp (veld), porumb (maïs), triwumf (triomf)
Obstruenten-nasalen
tm
ritm (ritme)
Liquidae-consonanten
lt, lts, ld, rt, rtf, rd, rp, rb, lb, rk, lk, rg, lg, rs, rʃ, ls, rh
ɨnɑlt (hoog), deskults (blootsvoets), kɑld (warm), skurt (kort), ʒert.fə (offer), pjerd (ik verlies), korp (lichaam), korb (raaf), kolb (stof), urk (ik klim), kɑlk (ik stap), merg (ik loop), smulg (ik scheur), ɑrs (verbrand), borʃ (soep), smuls (gescheurd), pɑtrijɑrh (stamvader)
Glijklanken-consonanten
jb, jp, jm, jt
kujb (nest), skujp (ik spuug), ʃojm (havik), ujt (ik vergeet), hojt (lijk)
Sonorant-sonorant
mn, mn, lm, rm, rn
lemn (bos), imn (lofzang), kɑlm (rustig), dorm (ik slaap), torn (ik schenk)
3-Consonantclusters
ŋkt, mpt, stm
puŋkt (punt), prompt (prompt), ɑstm (astma)

Klemtoon
Het Roemeens kent geen vaste regels voor het gebruik van de klemtoon volgens de site http://www.vrt.be/taal/roemeens .
Veel Roemeense klanken zijn verschillend van die van het Nederlands. Sommige klanken komen in het Nederlands niet voor of zijn net wat anders (bijvoorbeeld de â en de î, die klinken als een soort [ɪ] maar anders worden gearticuleerd). Bepaalde klank-tekenkoppelingen in het Roemeens zijn in het Nederlands niet bekend of anders (bijvoorbeeld de letter 'u' die als een 'oe' wordt uitgesproken; beide klanken zijn bekend in Nederland, maar er hoort een ander grafeem bij). Dit kan moeilijkheden met zich meebrengen als Roemeense kinderen het Nederlands als tweede taal gaan verwerven. Toch zijn er ook veel overeenkomsten. En omdat de meeste klanken in beide talen bestaan (hoewel soms aan een ander teken gekoppeld) zullen Roemeense kinderen wel in staat zijn om de meeste klanken in het Nederlands goed uit te spreken.

Morfologie
NaamwoordenIn de Roemeense taal bestaan naamwoorden volgens Chitoran (2002) uit een wortel (root) en stam (stem). Een Roemeens woord als 'artistâ' (artiest) bestaat bijvoorbeeld uit de wortel 'art' waaraan het achtervoegsel 'ist' is toegevoegd. Het gehele deel 'artist' is dan de stam. De klinker aan het eind van het woord (in dit geval â) wordt hierbij nooit meegenomen maar volgt als een los onderdeel van het woord. Bij complexere morfologische structuren is dit hetzelfde: alle voor- en achtervoegsels in het woord vormen samen met de wortel van het woord de stam. Na de wortel van een monomorfemisch substantief volgt altijd een klinker (bijvoorbeeld: [kas](root)-â - huis). Een woord is dus als volgt opgebouwd:

[(prefix)][root][(suffix)][eindvocaal][verbuiging]
[.............stam...........][eindvocaal][verbuiging]

Substantief
In het Roemeens kan een substantief zowel mannelijk, vrouwelijk als neutraal zijn. De neutrale woorden worden ook wel tweeslachtig genoemd, omdat een neutraal woord in het enkelvoud mannelijk is, en in het meervoud vrouwelijk. Meestal is het geslacht van een substantief in het enkelvoud af te leiden van aan de uitgang, hoewel sommige uitgangen bij meer dan één grammaticaal geslacht kunnen voorkomen. Dit lukt dus niet altijd (Chitoran, 2002). Mannelijke substantieven eindigen op een medeklinker of een -u, -e of -i. Dit is ook het geval bij neutrale substantieven, maar deze kunnen ook eindigen op -iu. Vrouwelijke substantieven eindigen altijd op een klinker: -ă, -e, -ie, -eá, -a en -zi (Coene, 1995). In het meervoud worden alle uitgangen van de mannelijke substantieven vervangen door een -i, tenzij het een medeklinker betreft. In dat geval wordt de -i achter de laatste letter geplakt. Het enkelvoudige woord 'an' (jaar) wordt dus 'ani' (jaren), terwijl het enkelvoudige woord 'fiu' (zoon) verandert in 'fii' (zonen). Wanneer een enkelvoudig substantief eindigt op een -t wordt een medeklinker toegevoegd én verandert het foneem [t] in een [ʧ], dus het woord 'băiat' (jongen) wordt dan 'băiați' (jongens). Het meervoud van onzijdige substantieven ligt iets anders. In de meeste gevallen wordt hier achter de bestaande uitgang een morfeem geplakt en wordt de uitgang van het enkelvoud dus niet vervangen. Dit gebeurt bij de uitgangen die een medeklinker betreffen en bij woorden eindigend op -i (er wordt dan -e of -uri achter geplakt, bijvoorbeeld 'tren' (trein) wordt 'trenuri' (treinen)). Eindigt een onzijdig woord op een -u, dan wordt deze uitgang vervangen door een -e of door -uri, bijvoorbeeld 'teatru' (theater) wordt 'teatre' (theaters). Wanneer de uitgang van het enkelvoud eindigt op een -e, dan blijft deze in het meervoud staan. Als de uitgang eindigt op -iu dan worden deze letters in het meervoud vervangen door -ii. De uitgangen bij vrouwelijke substantieven in het enkelvoud worden vervangen door -e of -i wanneer het woord eindigt op -ă. De uitgang -e wordt vervangen door -i. De uitgang -ie wordt vervangen door -i of -ii, en voor -eá komt -ele in de plaats. De uitgangen -a en -zi worden niet vervangen, maar aan beide uitgangen wordt het morfeem -le toegevoegd.

Tabel 8. Substantieven in het Roemeens (Coene, 1995).
Grammaticaal geslacht
Uitgang enkelvoud naamwoord
Meervoudsmorfeem
Mannelijk
Medeklinker
+ i

u
u wordt i

e
e wordt i

i
blijft i
Neutraal
Medeklinker
+ e / + uri (v)

i (m)
+ e / + uri (v)

u (m)
u wordt e of uri (v)

iu (m)
iu wordt ii (v)

e (m)
blijft e (v)
Vrouwelijk
ă
ă wordt e of i

e
e wordt i

ie
ie wordt ii of i

ea
ea wordt ele

a
+ le

zi
+ le

Zoals in bovenstaand schema te zien is, gebeurt het vrij vaak dat een klinker die in het enkelvoud bestaat, in het meervoud wordt veranderd. Dit is ook het geval met een aantal medeklinkers; deze staan in het schema hieronder weergegeven.

Tabel 9. Medeklinkers in enkelvoud en meervoud.
Enkelvoud
Medeklinker
enkelvoud
Verandering
meervoud
Meervoud
bărbat (jongen)
t
ț
bărbați (jongens)
urs (beer)
s
ș
urşi (beren)
copil (kind)
l
Ø
copii (kinderen)
stradă (straat)
d(ă)
z(i)
străzi (straten)

Uit Roemeense naamwoorden is dus informatie af te leiden over geslacht en getal (door middel van de uitgang van het zelfstandig naamwoord in zowel enkelvoud als meervoud). Daarnaast zegt een substantief ook iets over de naamval en de bepaaldheid. Dit wordt gemarkeerd door de verbuiging van het naamwoord. Het Roemeens maakt, afwijkend van andere Romaanse talen, gebruik van vier naamvallen: de nominatief, de genitief, de datief en de accusatief. Hierover wordt iets meer verteld bij het kopje 'syntaxis'.

WerkwoordenIn het Roemeens geeft een vervoegde werkwoordsvorm altijd informatie over getal en persoon, en daarnaast soms ook over tijd. Volgens Pîrvulescu & Roberge (2000, p. 296) is de structuur van een werkwoord in het Roemeens als volgt opgebouwd:
[root][root extension/thematic vowel][tense][number-person].
Voor elk infinitief staat het woordje 'a', dat zoveel betekent als het woordje 'to' in 'to swim'. Direct daarop volgt het infinitief, dat altijd eindigt op een klinker (de thematic vowel waarover hierboven is gesproken). Er zijn vijf verschillende klinkers mogelijk aan het eind van het gehele werkwoord, namelijk -a (a mînca; eten), -ea (a zãcea; liegen), -e (a merge; gaan), -i (a gândi; denken) en -î (a coborî; dalen).
In het schema hieronder zijn de uitgangen van regelmatige werkwoorden in de indicatieve (tegenwoordige) tijd weergegeven met het werkwoord 'a gândi' (denken).
Tabel 10. Uitgangen van regelmatige werkwoorden in de indicatieve tijd.
1SG
stam + -esc
eu gândesc
ik denk
2SG
stam + -eşti
tu gândeşt-i
jij denkt
3SG
stam + eşte
el(m)/ea(v) gândeşte
hij/zij denkt
1PL
stam + im
noi gândim
wij denken
2PL
stam + iţi
voi gândiţi
jullie denken
3PL
stam + esc
ei(m)/ele(v) gândesc
zij/zij denken

In het Roemeens is de gebiedende wijs alleen mogelijk voor de tweede persoon enkelvoud en de tweede persoon meervoud (Pîrvulescu & Roberge, 2000), zie het schema hieronder (aangepaste versie van p. 296).
Tabel 11. Gebiedende wijs in het Roemeens.

Bevestigend
Negatief
2SG (tu)
cântã! (zing!)
nu cânta! (niet zingen!) *INF
2PL (voi)
cântaţi! (zing!)
nu cântaţi! (niet zingen!)

In de verleden tijd kent het Roemeens drie vervoegingen, namelijk de imperfect, simple past en de past perfect.

Tabel 12. Verleden tijd in het Roemeens.

Imperfect
Simple past
Past perfect
1SG
en gândeam
Ik was aan het denken
gândii
Ik dacht
gândisem
Ik had gedacht
2SG
tu gândeai
Jij was aan het denken
gândişi
Jij dacht
gândiseşi
Jij had gedacht
3SG
el/ea gândea
Hij/zij was aan het denken
gândi
Hij/zij dacht
gândise
Hij/zij had gedacht
1PL
noi gândeam
Wij waren aan het denken
gândirãm
Wij dachten
gândiserãm
Wij hadden gedacht
2PL
voi gândeaţi
Jullie waren aan het denken
gândirãţi
Jullie dachten
gândiserãţi
Jullie hadden gedacht
3PL
ei/ele gândeau
Zij waren aan het denken
gândirã
Zij dachten
gândiserã
Zij hadden gedacht

In de Roemeense vervoegingen van de tegenwoordige tijd is een verschil met het Nederlands zichtbaar. Waar het Nederlands voor de 1SG-vorm gebruik maakt van alleen de stam (ik denk), wordt in het Roemeens gebruik gemaakt van de stam + het morfeem 'esc'. Voor 2SG en 3SG wordt ook in het Nederlands gebruik gemaakt van een morfeem achter de stam, net als in het Roemeens. In het Nederlands wordt echter bij de meervoudsvormen gebruik gemaakt van het infinitief, terwijl het Roemeens voor elke vervoeging een ander morfeem kent. Voor Nederlandse kinderen zal het daarom lastiger zijn om de Roemeense morfemen te leren, dan dat het voor Roemeense kinderen is om de Nederlandse morfemen van de werkwoordsvervoegingen te leren.

Ook in de verschillende vormen van de verleden tijd kent het Roemeens een veel rijkere morfologie dan het Nederlands. Waar het Nederlands gebruik maakt van steeds dezelfde vorm van het hoofdwerkwoord, met als enig verschil meervoud en enkelvoud (bijvoorbeeld: ik had gedacht, jij had gedacht, wij hadden gedacht), kent het Roemeens voor elke vorm van persoon en getal weer een andere vervoeging van het hoofdwerkwoord. Het valt niet te verwachten dat normaal ontwikkelende Roemeense kinderen problemen zullen hebben met de morfologie, aangezien zij zich al een veel rijker systeem hebben moeten aanleren.

SyntaxisWoordvolgorde
Doordat het Roemeens een rijk naamvalsysteem heeft, is de woordvolgorde vrij. Dat wil zeggen dat er geen vaste woordvolgorde is en het Roemeens dus gebruik kan maken van zinnen volgens de woordvolgorde VSO, SVO, VOS, SOV en OSV. Het subject, object en andere betrokkenen in de zin worden duidelijk aan de hand van de uitgangen die worden gehanteerd. De volgende voorbeelden (vertaald: "John has eaten the apple pie") komen allemaal uit Alboiu & Motapanyane (2000, p. 20).

Tabel 13. Woordvolgorde in het Roemeens.
VSO
A mâncat Ion plăcinta cu mere.
'has eaten Lon pie-the with apple'
SVO
Ion a mâncat plăcinta cu mere.
'Lon has eaten pie-the with apple'
VOS
A mâncat plăcinta cu mere Ion.
'has eaten pie-the with apple Lon'
SOV
Ion plăcinta cu mere a mâncat-o. (!)
'Lon pie-the with apple has eaten it'
OSV
Plăcinta cu mere, Ion a mâncat-o. (!)
'pie-the with apple Lon has eaten it'

In het Nederlands is de woordvolgorde niet zo vrij en dit zou problemen kunnen opleveren voor Roemeense kinderen. Ook andere problemen kunnen een rol spelen bij het leren van de Nederlandse taal. Deze worden hieronder beschreven bij 'opbouw van de zinnen'.

Opbouw van de zinnen
Volgens Coene (1995) zijn er in de Roemeense taal wel regels gebonden aan de vrije woordvolgorde. Als voorbeeld wordt gegeven dat een woordgroep in de datief (derde naamval) vóór een werkwoord wordt geplaatst, er verplicht een verwijzing moet volgen door middel van een persoonlijk voornaamwoord dat, gekeken naar geslacht en getal, overeenkomt met de woordgroep in de datief. Wanneer de woordgroep in de datief ná het werkwoord wordt geplaatst (dit is de meest gebruikelijke vorm in het Roemeens) mag deze wel verdubbeld worden met een persoonlijk voornaamwoord in de datief, maar is nu niet verplicht. In het Nederlands hoeven geen verwijzende voornaamwoorden te worden gebruikt (vgl 'de appeltaart heeft Lon gegeten' en ' Plăcinta cu mere, Ion a mâncat-o'), wat een probleem kan zijn voor Roemeense kinderen die het Nederlands lezen.

Wanneer een persoonlijk voornaamwoord voorkomt in de accusatief (bijvoorbeeld: "Ik teken hem") en voorafgegaan wordt door het voorzetsel 'pe', moet naar dit voornaamwoord in het Roemeens ook dubbel verwezen worden in de zin. Dit wordt duidelijk gemaakt in het volgende voorbeeld: "L-am desenat pe el". Als het lijdend voorwerp in een Roemeense zin een onbepaald voornaamwoord betreft hoeft deze niet verplicht verdubbeld te worden in de zin, maar het is wel toegestaan.

Het persoonlijk voornaamwoord wordt meestal weggelaten wanneer deze de nominatief is (Coene, 1995). Zo is het woord 'el' in de volgende zin weggelaten: "Este student." (Hij/zij is student). Het onderwerp wordt, ondanks dat dit element weggelaten kan worden, echter wel eens gebruikt om verwarring te voorkomen. In dit geval zou dat kunnen zijn omdat het niet duidelijk is of het onderwerp hier een man of een vrouw betreft, of omdat het voor de luisteraar niet duidelijk is om wie het gaat. In het Nederlands kan het onderwerp niet worden weggelaten. Het is daarom mogelijk dat een Roemeens kind dat Nederlands leert, omissie van het onderwerp in de zin laat zien.

Opvallend is dat het bepaalde lidwoord in de Roemeense taal onderdeel is van het zelfstandig naamwoord (hier: plăcinta cu mere, de 'a' is het lidwoord dat hoort bij een zelfstandig naamwoord vrouwelijk enkelvoud). In het Nederlands is dit niet zo en dit zal daarom lastig zijn voor Roemeense kinderen. Bepaalde lidwoorden in het Roemeens zijn op alle fronten heel verschillend van het Nederlands, zoals in onderstaande tabel te zien is (gegevens afkomstig uit Coene (1995)).

Tabel 14. Lidwoorden in het Roemeens.

Roemeens
Mannelijk
Roemeens
Neutraal
Roemeens
Vrouwelijk
Nederlands
Enkelvoud
-l na woord eindigend op (u)
-ul als woord eindigt op medeklinker of (i)
-le als woord eindigt op (e)
-l na woord eindigend op (u)
-ul als woord eindigt op medeklinker of (i)
-le als woord eindigt op (e)
-a vervangt (ă) aan het eind van woord
-ia vervangt (ie) aan eind van het woord
-ua komt achter woord dat eindigt op (eá) of (á) en achter woord 'zi'.
de
het
Meervoud
-i in alle gevallen na meervoudsmorfeem
-le in alle gevallen na meervoudsmorfeem
-le in alle gevallen na meervoudsmorfeem
de

Het onbepaalde lidwoord 'een' bestaat ook in het Roemeens. Bij mannelijke en neutrale zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud wordt 'un' gebruikt, zoals bij het mannelijke enkelvoud 'een hond' (un cîine) en het neutrale enkelvoud 'een vulpen' (un stilou). Het onbepaald lidwoord van vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud is 'o', bijvoorbeeld 'een kamer' (o cameră). Voor het meervoud bestaat, ongeacht het geslacht, één onbepaald lidwoord namelijk 'niște'. 'Niște' kan worden vertaald met het Nederlandse 'enkele' en wordt daarom eigenlijk altijd in het gebruik weggelaten: 'niște cîini' (enkele honden) wordt dan eenvoudigweg 'cîini' (honden). Het is daarom goed mogelijk dat Roemeense kinderen in het Nederlands bij zelfstandig naamwoorden in het meervoud het onbepaald lidwoord weglaten.

Pragmatiek
Er lijken geen verschillen te zijn tussen het Nederlands en het Roemeens op pragmatisch gebied. Er zijn tot nu toe geen boeken of artikelen gevonden die hierop ingaan. Leuk om te vermelden is echter dat de beleefde aanspreekvorm 'u' in het Roemeens 'dumneavoastră' is (Coene, 1995):
Dumneavoastră sînteți domnul Ionescu?
Bent u meneer Ionescu?
Dumneavoastră is tevens de vorm die gebruikt dient te worden wanneer een groep personen ('jullie') wordt aangesproken. Een bijbehorend werkwoord hoort in de vijfde persoon vervoegd te worden (zie: morfologie).


3. Verwervingsvolgorde in het Roemeens


Er zijn voor het Roemeens geen artikelen bekend waarin de volgorde van taalverwerving uitgebreid wordt besproken. Er zijn wel enkele onderzoeken naar de Roemeense taalontwikkeling bekend, maar hier worden vaak geen leeftijden in genoemd. Het is dus niet mogelijk om het taalverwervingsschema elders op deze site in te vullen voor het Roemeens. Daarom wordt er onder dit kopje ingegaan op wat er over de algemene taalontwikkeling is gevonden in de huidige literatuur, en waar bekend worden leeftijden genoemd.

Taalontwikkeling van Romaanse talen in het algemeen
Volgens Domínguez & Guijarro-Fuentes (2010) verwerven Romaanse moedertaalsprekers in hun jonge jaren makkelijker morfosyntactische eigenschappen van die taal dan Germaanse moedertaalverwervers. Kinderen die een willekeurige Romaanse taal verwerven, beheersen eerder de 'volwassen taal' dan kinderen die een Germaanse moedertaal leren. Volgens de auteurs komt dit omdat het leren van morfologie en syntaxis onder andere te maken heeft met lidwoorden. Romaanstalie kinderen groeien op met een breder scala aan lidwoorden (Roemeens: bepaald: -(u)l, -le, -(u)a, -i, -le, onbepaald: un, o, nişte), terwijl in de meeste Germaanse talen minder gebruik wordt gemaakt van lidwoorden (bijvoorbeeld Nederlands: bepaald: de, het, onbepaald: een).

Fonologie
Volgens de site http://www.taalexpert.nl/fonologie.aspx?dataId=71 is de ontwikkeling binnen de fonologie universeel en daarom zullen er weinig verschillen zijn in de Roemeense versus de Nederlandse verwerving van klanken. Er zijn geen artikelen gevonden die specifiek ingaan op de fonologische ontwikkeling van het Roemeens, bijvoorbeeld over de verwerving van klanken die het Nederlands niet kent.

Morfologie
Het is algemeen bekend dat kinderen in de eerste jaren van hun taalontwikkeling fouten maken bij het vervoegen van werkwoorden. Vaak worden werkwoorden helemaal niet vervoegd en wordt het infinitief gebruikt. Avram & Coene (2011) halen uit de literatuur de generalisatie dat alleen kinderen die een non-null subject taal leren spreken, dus een taal waarin het onderwerp niet weggelaten mag worden zoals het Nederlands, Duits en Engels, het infinitief gebruiken. In het Nederlands is dat bijvoorbeeld te zien in de zin *Papa boek lezen. Uit onderzoek blijkt dat in null subject talen, dus talen waar het onderwerp weggelaten kan worden, het infinitief niet wordt gebruikt (Italiaans, Spaans). Het Roemeens is hier ook een voorbeeld van. Roemeense kinderen zouden in plaats van het (foute) infinitief een finiet werkwoord gebruiken, bijvoorbeeld Mami cântă (mama zingt). Avram & Coene spreken echter over verschillende onderzoeken die stellen dat het gebruik van de derde persoon tegenwoordige tijd in null subject talen als default-vorm gezien kan worden. In het algemeen betekent dat dat kinderen die een Romaanse taal leren spreken deze vervoeging zouden gebruiken zoals Nederlandse kinderen het infinitief gebruiken.

Hoewel de derde persoon tegenwoordige tijd de meest gebruikte werkwoordsvorm van jonge Roemeense kinderen is (wat in overeenstemming is met andere Romaanse talen), wordt ook vaak de eerste persoon gebruikt (eu gândesc – ik denk (na)). Ook wordt de subjunctief toegepast in het Roemeens. Tenslotte is een andere, maar veel minder gebruikte, vorm in de Roemeense kinderjaren de imperatief. Roemeense kinderen blijken deze vorm niet vaker te gebruiken dan bijvoorbeeld Nederlandse kinderen dat doen (Avram & Coene, 2011).

Syntaxis
Zoals eerder besproken, kan het onderwerp in een Roemeense zin worden weggelaten. Het is bekend dat jonge kinderen bij de verwerving van hun moedertaal vaak het onderwerp weglaten. Omdat dit in het Roemeens in de volwassen taal mogelijk is, wordt dit niet door alle wetenschappers in de literatuur gezien als omissie, maar als verworven onderdeel in de Roemeense taal. Andere wetenschappers pleiten echter dat er, net als in verschillende andere talen, sprake is van omissie van het subject. Domínguez & Guijarro-Fuentes (2010) noemen een onderzoek van Avram & Coene (jaartal wordt niet genoemd), waarin wordt gesteld dat weglating van het onderwerp als verworven onderdeel van de taal kan worden gezien zolang het kind nog geen voegwoorden heeft leren gebruiken.

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Roemeens


Volgens Avram, Sevcenco & Stoicescu (2013) bestaat er voor het Roemeens geen zogenaamd profiel dat te linken is aan TOS, omdat er op dit gebied weinig onderzoek is gedaan voor deze taal. In het algemeen geldt dat kinderen met TOS trager een taal verwerven dan normaal ontwikkelende leeftijdsgenoten. Het spreekt voor zich dat onderdelen van een taal die voor normaal ontwikkelende kinderen al lastig zijn nog moeilijker worden als een kind TOS heeft. Naast algemene kenmerken als lagere spraakperceptie en moeite op morfologisch en syntactisch gebied, komen uit onderzoeken naar TOS in verschillende talen ook specifiekere problemen naar voren. Het blijkt bijvoorbeeld dat clitische elementen in de accusatief vervoegd naar de derde persoon erg lastig zijn. Voor het Roemeens zou dit een markeerder kunnen zijn voor hebben van specifieke taalstoornis. Ter illustratie: de zin a tăiat-o (ze heeft het geknipt) is grammaticaal correct. Jonge kinderen en dus ook oudere kinderen met SLI laten echter omissie zien van het clitische element -o (*a tăiat; ze heeft geknipt). Soortgelijke fouten zijn ook gevonden voor enkele andere Romaanse talen zoals het Frans en Spaans.

Uit het onderzoek van Avram, Sevcenco & Stoicescu (2013) blijkt dat clitische elementen in de accusatief het meest lastig zijn voor kinderen met TOS wanneer deze vooraan in de zin voorkomen:

L-am desenat (Ik heb hem getekend)
*Am desenat (Ik heb getekend)

In het onderzoek van Avram en collega's (2013) werd getracht om kinderen met TOS en dyslexie van elkaar te onderscheiden in soorten fouten die ze maken. Beide groepen kinderen bleken met bovenstaande voorbeelden problemen te hebben, maar kinderen met TOS scoorden vaak lager op de testitems dan kinderen met dyslexie. Daarnaast maakten TOS-kinderen meer fouten in vervoegingen naar geslacht en getal, en vermeden ze vaker dan dyslectische kinderen zinnen waarin een derde persoon in de accusatief verplicht was door ongrammaticale zinnen te gebruiken. De kinderen die de accusatief niet vermeden, bleken de regel meestal ook goed toe te passen.

5. Literatuurverwijzingen


  • Alboiu, G. & V. Motapanyane. 2000. The generative approach to Romanian grammer: an overview. In: V. Motapanyane (ed). Comparative studies in Romanian syntax. 1-48. Oxford: Elsevier Science Ltd.
  • Avram, L. & M. Coene. 2011. Early non-finite forms in child Romanian. In Revue Roumaine de Linguistique, LVI, 4, 347-370
  • Avram, L., A. Sevcenco & I. Stoicescu. 2013. Clinical markers of specific language impairment and developmental dyslexia in Romanian: the case of Accusative clitics. In: Avram, L. & A. Sevcenco (eds). Topics in language acquisition and language learning in a Romanian context. Selected papers from Bucharest Collquium of Language Acquisition (BUCLA). Boekarest: Editura Universiteit Boekarest
  • Chitoran, I. 2012. The phonology of Romanian: a constraint-based apporach. Berlin/New York: Mouton de Gruyter
  • Coene, M. 1995. Roemeens voor beginners. Gent: Academia Press (Online beschikbaar op http://books.google.nl/books?id=eEpN0T9r8gEC&pg=PR8&lpg=PR8&dq=Martine+Coene+roemeens&source=bl&ots=nXdt4aNW6u&sig=dMiTF_TQN0X7r-d8OWUmzgGBBz0&hl=nl&sa=X&ei=LU3AUuTmMuqW0AXr8ICgDw&ved=0CDkQ6AEwAQ#v=onepage&q=Martine%20Coene%20roemeens&f=false) (geraadpleegd op 7 december 2013, 28 december 2013, 21 januari 2014)
  • Domínguez, L. & P. Guijarro-Fuentes. 2010. Introduction: exploring vulnerability, complexity and variation in language acquisition: evidence from the study of Romance languages. In: Domínguez, L. & P. Guijarro-Fuentes (eds). New directions in language acquisition: Romance languages in the generative perspective. Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars Publishing
  • Pîrvulescu, M. & Y. Roberge. 2000. The syntax and morphology of Romanian imperatives. In: V. Motapanyane (ed). Comparative studies in Romanian syntax. 295-313, Oxford: Elsevier Science Ltd.
  • Trandabăţ, D., E. Irimia, V. Barbu Mititelu, D. Cristea & D. Tufiş. 2012. The Romanian language in the digital age. Limba Română în era digitală. Berlin: Springer-Verlag

Websites